Veilig in het verkeer
Verkeerslessen voor groep 1 t/m 8

Verkeer groep 7 · Les 2 · Mijn examenroute

VERKEER · GROEP 7 · LES 2

Mijn examenroute

Plan je route en ken de lastige punten.

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorVerkeerNederlandsBasisschoolGroep 7

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Introductie

Leerlingen van groep 7 bereiden het praktisch verkeersexamen voor met een fietsroute door de eigen buurt. Vooraf doen ze een fietscontrole. Ze ontdekken welke verkeerssituaties ze lastig vinden en hoe deze aan te vliegen. Samen bereiden ze zich voor op het praktisch examen, zodat ze zelfverzekerd van start kunnen. Les 2 van groep 7 in de methode Veilig in het verkeer sluit aan bij SLO kerndoel 35 en het VVN Verkeersexamen.

Instructies

Navigatie:
De pijltjestoets naar rechts is jouw navigatie in deze les. Deze activeert gifjes, laat tekst verschijnen en gaat door naar de volgende slide. Doorloop de les een keer in de Geef les-modus om te ervaren waar de activatie-momenten zitten.

Docentnotities
Bij elke slide staan het goede antwoord en een vraag om door te praten.

Onderdelen in deze les

VERKEER · GROEP 7 · LES 2

Mijn examenroute

Plan je route en ken de lastige punten.

Deze les gaat over het praktisch verkeersexamen: een fietsroute door de buurt, met vooraf een fietscontrole. Het praktisch examen wordt per gemeente of regio georganiseerd; vertel de klas wanneer en waar het bij jullie is.


Dit ga je leren

  • Je kan beschrijven hoe het praktisch verkeersexamen gaat en hoe je je voorbereidt.

  • Je kan de lastige punten op een route aanwijzen en uitleggen wat je daar doet.

  • Je kan uitleggen hoe je veilig in een groep fietst.

  • Je kan opnoemen wat je veilig laat fietsen en wat je afleidt.

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor verkeerssituaties kom jij tegen op weg naar school?

Laat leerlingen noemen wat ze onderweg naar school tegenkomen: drukke wegen, rotondes, stoplichten, bussen, trams, auto's die uit een uitrit komen, spelende kinderen, een school waar het druk is. Vraag door: wat vind je daarvan lastig? De antwoorden komen terug bij de routekaart.

Het praktisch verkeersexamen

  • Eerst is er een fietscontrole: is je fiets veilig?

  • Je fietst een route door je eigen buurt of dorp.

  • Je krijgt de route vooraf, op een kaart of in een routeboekje.

  • Langs de route kijken mensen hoe je fietst.

  • Houd jij je aan de verkeersregels? Dan ben je geslaagd voor je praktisch verkeersexamen.

Het praktisch verkeersexamen wordt lokaal georganiseerd (door de gemeente, de school of de afdeling van VVN), dus de precieze opzet verschilt per plek. Meestal fietsen de leerlingen een uitgezette route en beoordelen vrijwilligers onderweg hoe ze rijden: kijken, richting aangeven, voorrang geven, een veilige plek op de weg. Vooraf wordt de fiets gecontroleerd.

Vraag: wie heeft al eens een oudere broer of zus het examen zien doen? Wat moesten die doen?

drukke weg

Een route van huis naar school. Klik op de lastige punten.

1
2
3
4
5
5

Praatplaat

Kijk naar de getekende route van huis (linksboven) naar school (rechtsonder). De gele lijn is de route. Laat leerlingen eerst zelf de lastige punten aanwijzen en open dan de bolletjes één voor één.

Punt 1, uitrit: uit een uitrit verleen je iedereen voorrang, ook voetgangers op de stoep.

Punt 2, rechtsaf slaan: het is een gelijkwaardige kruising, verkeer van rechts gaat voor.

Punt 3, drukke weg oversteken: stoppen, kijken, wachten; liever een oversteek met verkeerslicht of middenberm, ook als dat een stukje omfietsen is.

Punt 4, rotonde: let op haaientanden en borden. Volg de pijlen, kijk over je schouder en steek je arm uit als je afslaat.

Punt 5, tramrails: zo haaks mogelijk oversteken, zodat je voorwiel niet in de rail glijdt. Een tram heeft een lange remweg en kan niet uitwijken.

Punt 6, linksaf slaan: kijk over je schouder, steek je arm uit. Komt er verkeer aan? Wacht dan rechts en steek als de weg vrij is de straat over.

Zo bereid je je voor

Een goede voorbereiding maakt het examen een stuk makkelijker.

1. Een veilige fiets
Doe de fietscontrole thuis (herhaling groep 5): voorlicht wit of geel, achterlicht rood, rode reflector achter, reflectie op velgen of banden, gele reflectoren op de trappers, goede remmen en een bel.

2. Het routeboekje
Het routeboekje of de routekaart: lees de route goed, zodat je tijdens het examen niet hoeft te zoeken. Zoek de lastige punten op en bedenk wat je daar doet.

3. Fiets route vooraf
iets de route een paar keer vooraf met een volwassene. Op het examen weet je dan wat je kunt verwachten en heb je de lastige punten al een paar keer geoefend.

Fietsen in een groep

  • Op een smal pad fiets je achter elkaar.

  • Houd een beetje afstand.

  • Niet slingeren en niet zomaar inhalen.

  • Geef richting aan, ook voor wie achter je fietst.

Bovenste tekening: drie fietsers achter elkaar aan de rechterkant van een smal fietspad. De tegenligger kan er gewoon langs. Zo hoort het. Klik één keer voor de onderste tekening: dezelfde drie fietsers naast elkaar. Ze nemen het hele fietspad in, ook de kant van de tegenligger. Hij moet stoppen en kan er niet langs. Zo niet.

Vraag: wat moet de groene fietser nu doen? Hij kan alleen het gras in of wachten. Wie naast elkaar fietst, moet dus op tijd achter elkaar gaan fietsen als er iemand aankomt.

Bij het examen en bij schooluitjes fiets je vaak in een groep. Naast elkaar fietsen mag soms, maar niet als je daarmee anderen hindert. Op een smal fietspad of als er tegenliggers aankomen: achter elkaar.

Geen afleiding onderweg

Op de fiets heb je je ogen en oren nodig voor het verkeer.

Klik op de afbeeldingen

- Telefoon in je tas: sinds 1 juli 2019 is het verboden om op de fiets een telefoon of ander scherm vast te houden. Ook kijken en typen leidt af: telefoon in je tas, en stop eerst als je hem nodig hebt.

- Geen koptelefoon op: een koptelefoon of oortjes zijn niet verboden, maar zet ze niet op als je fietst. Je hoort het verkeervan achter niet en je hoort ook geen bel, toeter of sirene. Alleen de muziek uitzetten is niet genoeg. Een noise cancelling koptelefoon houdt ook zonder muziek de geluiden van buiten tegen, dus ook dan kunnen je oren je niet waarschuwen voor onverwachte situaties.

- Ogen op de weg: kletsen met vrienden is gezellig, maar kan ook afleiden. Zorg dat je bij lastige verkeerspunten eerst oplet, daarna kan je weer praten.

STOP

Even checken!

Weet jij wat je doet op elk lastig punt?

Deze slide heeft geen instructies

Zet een let-op-teken bij de drie lastige punten.

De nummers komen overeen met de nummers op de kaart.

1

2

3

4

5

6

7

Een route van huis naar school. Deze voert je langs zeven punten waar je op moet letten. Niet elk punt is lastig. Laat leerlingen eerst in tweetallen de route met hun vinger volgen en bij elk punt zeggen wat ze daar doen. Daarna slepen leerlingen een let-op-teken naar elk punt dat zij lastig vinden.
Er zijn zeven ronde tekens, met dezelfde nummers als de rondjes op de kaart: teken 3 past alleen op rondje 3, enzovoort. Alleen de lastige punten (3, 4 en 6) zijn goed; een teken bij een makkelijk punt telt als fout. De tekens van de makkelijke punten blijven dus liggen. Bij elk bord en verkeerslicht fietst de fietser omhoog: het bord of licht dat voor hem geldt staat rechts, vlak voor hem.

Punt 1 is makkelijk: je fietst over een fietspad, apart van de auto's.

Punt 2 is ook makkelijk: je steekt de drukke weg over bij een fietsverkeerslicht. Het lampje met het fietsje is groen, de paarse auto wacht. Kijk toch even of iedereen echt stopt.

Punt 3 is lastig: het fietspad houdt op en je fietst op de rijbaan, met een auto achter je. Houd rechts, fiets rechtdoor en niet slingeren. Punt 4 is lastig: het bord met de rode driehoek en het kruis betekent let op, kruispunt. Er zijn geen haaientanden en geen voorrangsborden, dus verkeer van rechts gaat voor: de rode auto mag eerst. En hier sla je ook nog linksaf: kijk achterom, steek je linkerarm uit, ga op tijd naar het midden van de weg en laat tegenliggers eerst gaan.

Punt 5 is makkelijk: rechtsaf een rustige straat in. Kijk achterom en steek je rechterarm uit. Punt 6 is lastig: je steekt een voorrangsweg over. De haaientanden en het bord met de omgekeerde driehoek betekenen dat jij voorrang moet geven. De groene auto op de voorrangsweg gaat voor. Punt 7 is makkelijk: rechtsaf het schoolplein op.

Verwachte fout: het verkeerslicht als lastig aanvinken, omdat het een drukke weg is. Bespreek dat het druk is, maar dat het licht regelt wie er mag. Makkelijk betekent niet dat je niet hoeft op te letten.

Veilig of onveilig fietsen?

veilig fietsen

onveilig fietsen

Laat leerlingen om de beurt een kaartje slepen en uitleggen waarom.

Veilig: fietslampjes, want met een wit lampje voor en een rood lampje achter word je in het donker gezien. Een hesje met reflecterende strepen, want dan zien automobilisten je van ver. Een helm, want die beschermt je hoofd als je valt.

Onveilig: een koptelefoon, want dan hoor je geen bel, toeter of sirene. Ook een noise cancelling koptelefoon zonder muziek houdt de geluiden van buiten tegen. Een paraplu, want dan heb je maar één hand aan je stuur en zie je minder. Fiets bij regen liever met een regenjas of regenpak. Een capuchon, want die neemt een stuk van je zicht weg als je opzij kijkt, en je hoort het verkeer minder goed. Zet hem af of draag een pet onder je regenjas.

Vraag door: wat neem jij mee als het regent of donker is? Een zaklamp in je hand is ook geen goed idee: je hebt beide handen nodig voor je stuur. Gebruik vaste fietslampjes.

Je klas fietst samen naar het examen, over een smal fietspad. Hoe fiets je?

A

Achter elkaar, met een beetje afstand.

B

Naast je vriend, dan kun je praten.

C

Snel inhalen, dan ben je als eerste.

Goed: achter elkaar, met een beetje afstand, zodat je kunt remmen als je voorganger remt.

Verwachte fout: "naast je vriend". Naast elkaar fietsen mag soms, maar niet op een smal pad of als je anderen hindert. Inhalen zonder te kijken is gevaarlijk: je kunt een tegenligger raken of iemand laten schrikken.

Doe-opdracht - mijn routekaart

  • Teken je route van huis naar school, of print een kaart.

  • Zet een kruis bij elk lastig punt en schrijf erbij wat je daar doet.

  • Doe samen de fietscheck: licht, remmen, bel, reflectoren.

  • Fiets de route samen met een volwassene.

De leerlingen tekenen de route van school naar huis en omcirkelen de verkeerspunten die zij lastig vinden.
In duo's bespreken ze hoe ze deze verkeerspunten moeten aanpakken.

Heb je de route van het verkeersexamen al? Neem dan deze route als uitgangspunt.
Samen kunnen de leerlingen bekijken waar de uitdagingen op de route liggen en hoe ze deze veilig kunnen nemen.

Wat vind jij het lastigste punt op jouw route van huis naar school? Waarom vind je dat? En wat doe jij daar?

Laat leerlingen aan hun eigen route denken. Een goed antwoord noemt een plek én een reden én wat je daar doet. Voorbeeld: "De rotonde bij de supermarkt, want daar rijden veel auto's. Ik kijk naar de haaientanden en steek mijn arm uit."

Verwachte fout: alleen een plek noemen ("de rotonde") zonder te zeggen waarom of wat je doet. Vraag door: wat doe jij daar precies?

Is de route voor het praktisch examen al bekend? Pak deze er dan bij en bespreek welke plekken kinderen spannend of lastig vinden. Waarom vinden ze die plekken lastig? En wat moeten zij op die plekken doen?

1

Ik ben er klaar voor!

2

Bijna, ik ga de route nog oefenen

3

Ik vind het nog spannend

Hoe klaar voel jij je voor het praktisch examen?

Geen goed of fout. Leerlingen die het nog spannend vinden: vraag wat ze lastig vinden en of ze de route met een ouder kunnen oefenen. Denk ook aan leerlingen die (nog) geen fiets hebben of thuis weinig fietsen: regel zo nodig een fiets en een extra oefenrondje.

Verkeerswoorden

het praktisch verkeersexamen - een fietsroute door je eigen buurt

het routeboekje - de route op papier, met kaart of foto's

de fietscontrole - je fiets wordt gecontroleerd: is hij veilig?

de uitrit - hier kom je de weg op; iedereen gaat voor

de rotonde - rond kruispunt; volg de pijlen

de tramrails - zo recht mogelijk oversteken

de afleiding - iets wat je aandacht van het verkeer haalt

Deze slide heeft geen instructies

VERKEER · GROEP 7

Goed gedaan!

De verkeerslessen van groep 7

L E S 1 

Oefenen voor het verkeersexamen

L E S 2 · D E Z E L E S

Mijn examenroute

Meer verkeerslessen voor groep 1 tot en met 8?

Kijk op de kanaalstart van Veilig in het verkeer.

Slotslide van groep 7, les 1: Oefenen voor het verkeersexamen. Les 2, Mijn examenroute, kun je nog geven. Onder de verwijzing is ruimte voor de link naar de kanaalstart van Veilig in het verkeer, met alle lessen voor groep 1 tot en met 8.